JAN VAN DER WERF - INSECTENBESTRIJDING


 
Mieren

Tuinmieren
Kenmerken: Dit insect is als mier herkenbaar aan de ´knikantenne´ en de zgn. ´wespentaille´. 
De meest voorkomende soorten zijn:

- zwartbruine wegmier = wegmier

- bruine wegmier = boommier

- glanzende houtmier

- grote gele grondmier = schaduwmier

- grasmier = zwarte zaadmier

Omgeving : Komen veel voor in menselijke omgeving, terrassen, voet- en fietspaden, tuinen etc.

Overlast / schade: schade kan ontstaan door ondergraving van tegels en stenen. Een enkele keer bezoeken ze de keukenkastjes.

Bestrijding: Bij ´gewone´ overlast lukt een lekenbestrijding goed op basis van Imidacloprid. Verpakking van 200 gram en 400 gram zijn in de handel. Lees goed op de verpakking het wettelijk gebruiksvoorschrift.
In geval van schade of overlast proberen de looppaden buiten te vinden. Deze looppaden en nestingangen voorzien van de korrels met een licht schadelijke stof (Imidacloprid). Veelvuldig weinig korreltjes strooien geeft het beste resultaat. Na een regenbui oude korrels verwijderen en nieuwe strooien.
Bij keukenbezoek de aanleiding van de overlast wegnemen. Een schoon aanrecht, en geen lekkende zoetstoffen in de keukenkastjes is een eerste vereiste. Daarna korreltjes buiten strooien op plaatsen waar de mieren langskomen.
Voor professioneel gebruik is er een Gel voor toepassing in huis.
Deze middelen helpen niet voor de overlast van de glanzende houtmier.
 

Bosmieren
Alle bosmieren zijn beschermd en dienen met rust gelaten te worden vanwege hun grote opruimwaarde in de natuur.
Bij overlast bij Uw (vakantie) woning door binnendringende mieren, kan een oplossing gevonden worden in het verplaatsen van het nest en het afdichten van de doorvoeropeningen.
Alleen een nieuw en beginnend nest leent zich zich voor het verplaatsen.
Tegen schemertijd het nest zo gaaf mogelijk ‘uitscheppen’ in een grote bak en dit over een grote afstand wegbrengen. Plm. 1 - 2 km, of overzijde van groot water. Daar weer ‘ingraven’ (rustig storten).
 

Tropische mieren
De meest voorkomende soorten zijn:

- Faraomier

- Argentijnse mier

- Tapinoma melanocephalum (heeft nog geen nederlande naam)
 

Kenmerken: De volwassen werksters zijn ± 2 - 3 mm groot, bruingeel van kleur met een donkerder achterlichaam. De Faraomier heeft in Nederland de meeste bekendheid. Komt alleen in gebouwen voor. De Argentijnse mier kan in de zomer ook buiten gebouwen leven.

Omgeving: De nesten zijn meestal bij warmtebronnen en zijn vaak moeilijk bereikbaar.

Overlast / schade: zijn zeer hinderlijk en kunnen bacteriën overbrengen.

Bestrijding: Het bestrijden hiervan is professioneel werk op basis van een goede lokaas methode.

NOOIT zelf experimenteren met spuitbussen.
Het helpt absoluut niet en bemoeilijkt het professionele werk later.